Toepassing van houten gevels vraagt om goede kennis van Nederlandse richtlijnen

Artikel delen

Omdat houten gevelbekleding een duurzame en natuurlijke uitstraling heeft, kiest een groeiend aantal architecten en bouwers hiervoor. Belangrijk in die keuze is een goede kennis van hout en vooral wat het op langere termijn voor effect heeft. Dat is zowel een esthetische effect (bijvoorbeeld door vergrijzing) als constructief effect. Stichting Hout Research doet ieder jaar inspecties, waarbij het opvalt dat de laatste jaren meer inspecties nodig zijn bij klachten voor houten gevelbekleding. Wat kan men er aan doen om die klachten te voorkomen? Stichting Houtresearch (SHR) geeft uitleg hier en in een cursus.

Hoe voorkom je schade aan houten gevelbekleding?

Gevels die niet of alleen met een hoogwerker bereikbaar zijn, vereisen een onderhoudsvriendelijke gevelbekleding. Deze gevel bestaat uit 30 jaar oude larikshout.

Auteurs: René Klaassen en René Hillebrink (SHR)

Veel houten gevelbekledingen zijn gemaakt van massief of gevingerlast hout. Maar ook van verduurzaamd naaldhout, gemodificeerd naald- en loofhout, bamboe en WPC’s. Deze laatste producten worden ook wood polymer composites, wood plastic composites of hout-polymeercomposieten genoemd. Een met houtvezels versterkte kunststof dus. Gevelbekledingen worden afgewerkt en onafgewerkt toegepast. De afwerking kan een filmvormend dekkend of transparant verfsysteem zijn, maar ook een niet- of semi-filmvormend systeem. Het aanbod loopt uiteen: er zijn systemen op basis van water, oplosmiddel, synthetisch bindmiddel of olie. Vaak gaat de afwerking gepaard met een brandvertragende behandeling van het hout. Sommige systemen creëren zelfs een uniform oppervlak van oppervlakteschimmels, die een beschermend en esthetisch effect hebben en worden gevoed met een olie- achtige behandeling.

Bij onderhoud kunnen bij een houten gevel afzonderlijk delen vervangen worden.

Ontwerp en detaillering

Verder zijn ontwerp en detaillering belangrijk. Daarbij kun je de delen horizontaal plaatsen. Bijvoorbeeld over elkaar vallende rechthoekige planken zonder profilering (potdekselen). Andere delen zijn aan de bovenzijde dunner (Zweeds rabat) of hebben ook nog een sponning (bevelsiding). Verder worden ook recht- hoekige delen toegepast met messing en groef (ontraden in verband met groot risico op schade) of – in plaats van een groef – een sponning (halfhouts rabat).

Een verticale toepassing levert minder afwisseling op. Ook dan worden rechthoekige delen over elkaar geplaatst, waarbij het bovenliggende deel wel of niet gelijk is aan het onderliggende deel. Halfhouts rabat is hier eveneens mogelijk.

Van oudsher heeft gevelbekleding een waterkerende en een windwerende functie, al komen ook puur esthetische gevels voor. Hierbij kun je de delen tevens los van elkaar monteren in allerlei variaties. Hoewel de onderconstructies niet zichtbaar zijn, is er een grote keuze qua opbouw, uitvoering en bevestiging van de delen. Onderconstructies bevatten vaak folies en isolatiemateriaal. Voor de bevestiging kun je verschillende soorten nagels of andere technieken zoals clips gebruiken.

Er komen ook andere vormen van houten bekleding voor, zoals deze gevel laat zien.

Overzicht door inspecties

Als houtinstituut voert SHR op verzoek regelmatig inspecties uit. Meestal liep bij de projecten iets niet goed en zijn mensen ontevreden. Het beeld voldoet niet aan hun verwachting of ze denken dat er te snel onderhoud nodig is. Inspecties helpen ook bij de monitoring van het gedrag van hout in de toepassing in de loop der tijd. Bijvoorbeeld bij nieuwe producten of om de staat van een project in kaart te brengen voor het opstellen van onderhouds- en herstelplannen. Andere reden voor inspecties is kwaliteitscontrole op geleverde producten en materialen.

Meest uitdagend zijn projecten die vragen om een verklaring van onverwacht gedrag in de toepassing. Alleen met een open mind en interdisciplinaire aanpak vind je in deze gevallen de oorzaak en daarmee vaak de oplossing. Het is motiverend om dankzij ervaring met houttoepassingen, fundamentele kennis van hout en kennis van chemische en fysische processen steeds weer tot oplossingen te komen.

Binnen SHR bespreken we een paar keer per jaar alle projecten. Zo houden we elkaar scherp, delen we onderling kennis en zien we wat er zoal gebeurt in houtbouwend Nederland. De laatste twee jaar zijn we opvallend vaak met gevelbekleding bezig. Het is mooi dat er veel houten gevels worden toegepast en vaak gaat dat goed. Waar wel problemen ontstaan, zien wij in de praktijk een aantal overeenkomsten die leerzaam zijn.

De snelheid van verwering is afhankelijk van gemaakte keuzes, zoals gezaagd of geschaafd houtoppervlak.

Nederlandse richtlijnen

Veel schades ontstaan doordat ontwerper en uitvoerder zich niet houden aan de Nederlandse richtlijnen. Deze zijn helder en vrij toegankelijk. Wie de regels volgt, voorkomt menig probleem met gevelbekledingen. Een paar voorbeelden:

  • Houtsoorten kennen een verschillend krimp- en zwelgedrag. Daarom gelden er houtsoort-specifieke eisen voor de maatvoering van geveldelen;
  • Geveldelen met een te hoog hout-vochtgehalte bij plaatsing, zullen krimpen. Met risico op te grote vervormingen, scheuren, geen geslotenheid van de gevel en verfschade;
  • Waterkerende folies zijn veelal nodig, maar bij een open gevelbekleding gaat het alleen goed als de folie uv-bestendig is;
  • Voldoende afstand tot het maaiveld is nodig om waterbelasting te beperken. Vooral bij harde bestrating voorkom je daarmee opspattend water en vervuiling;
  • Ruimte tussen de kopse kanten van delen moet voldoende zijn voor ventilatie en voor onderhoud van de kopse afwerking;
  • locatie aansluitende delen in het gevelvlak is afgestemd op het achterliggende regelwerk;
  • Nagels die te diep zijn aangebracht of te dicht bij de rand geven een groot risico op scheuren en daarmee op verf- schade en extra vochtbelasting;
  • De snelheid van verwering is afhankelijk van gemaakte keuzes (houtsoort, -kwaliteit, -oriëntatie (dosse/kwartiers), gezaagd of geschaafd houtoppervlak, afwerking) in combinatie met weersbelasting als gevolg van geveloriëntatie en ontwerp;
  • te weinig ventilatie geeft risico op schotelen, loskomen van delen, verlies eenheid in de gevel maar ook op langdurig nat hout met rot als gevolg. Bij een horizontale gevelbekleding gemonteerd op een enkel regelwerk is dit risico groot.

Een veelvuldig gebruikte houtsoort voor gevels is Zweeds rabat, waarbij de bovenzijde dunner is dan de onderkant die over de onderliggende plank schuift.

Uiterlijk en onderhoud

Daarnaast pakken uiterlijk en onderhoud van een gevelbekleding in de praktijk vaak anders uit dan verwacht werd en soms zelfs werd voorgespiegeld. Twee voorbeelden:

  • Onafgewerkte gevelbekleding kan onverwachte esthetische effecten geven. Niet alleen wordt de verwering minder zilvergrijs dan gedacht, ook kan er een vlekkerig patroon ontstaan als gevolg van grote verschillen in water- en zonbelasting. Bijvoorbeeld door grote en kleine overstekken, ingebouwde elementen en bij verschillende geveloriëntaties. Dit effect kun je vooraf inschatten en erover communiceren met toekomstige bewoners;
  • Gevels die niet of alleen met een hoogwerker bereikbaar zijn, vereisen een onderhoudsvriendelijke gevelbekleding. Dus geen afwerking die elk jaar bijgewerkt moet worden, zoals een transparante afwerking.

Een veelvuldig gebruikte houtsoort voor gevels is Zweeds rabat, waarbij de bovenzijde dunner is dan de onderkant die over de onderliggende plank schuift.

Afwerking

Ook bij de afwerking kunnen zaken niet goed gaan, wanneer wordt afgeweken van de algemene uitgangspunten of verwerkingsvoorschriften van verfleveranciers:

  • Bij dekkende of (semi-)transparante filmvormende afwerkingen worden geveldelen veelal voorzien van 2 lagen afwerking vanuit de fabriek. De laagdikte blijkt een groot effect te hebben op het intact houden van de gevel. Afwijken van de voorschriften leidt tot degradatie en gebreken. De extra (of 3e) afwerklaag zoals vaak voorgeschreven in het verfadvies of aangegeven door de leverancier, wordt veelal niet of te laat aangebracht. Waardoor al snel na oplevering visuele gebreken ontstaan;
  • Wanneer (semi-)filmvormende verfsystemen niet geheel gesloten zijn aangebracht, verweert het blootliggende hout. Het neemt te veel water op, met als gevolg steeds meer onthechting en barsten in de verflagen;
  • In het bestek kan bij niet-filmvormende afwerksystemen een minimale hoeveelheid afwerking worden genoemd, die in de toepassing te gering blijkt en direct een extra belasting vormt voor de onderhoudsfrequentie.

 

Nieuwe producten

Naast de klassieke grondstof voor gevelbekleding komen er diverse nieuwe producten op de markt. Hoewel fabrikanten aangeven hoe goed deze zijn, is het gros van dit soort producten nooit goed onderzocht op duurzaamheid op de langere termijn, terwijl er wel vele jaren garantie wordt gegeven. De garantie geldt dan alleen bij een juiste toepassing. Ontstaat er een dispuut, dan grijpt de producent direct terug naar de verwerkingsvoorwaarden. Het is dus zaak deze altijd goed op te volgen.

Een paar voorbeelden van afwijkend gedrag van nieuwe producten waar je goed rekening mee moet houden:

  • Het houtvochtgehalte van gemodificeerd (thermisch of chemisch) hout is veel lager dan niet-behandeld hout. Het moet dan ook met het juiste toepassingsvochtgehalte worden toegepast: dit staat altijd in de verwerkingsvoorschriften van de producent. Natuurlijk moet het homogeen op dit vochtgehalte gedroogd zijn. Bij te natte geveldelen zijn veel gebreken te verwachten door het drogen aan de gevel, met name bij veel zonbelasting;
  • Bij houten gevelbekleding vormt brandbaarheid een belangrijk aspect in relatie tot het Bouwbesluit. Veel gevels zijn daarom brandvertragend behandeld, wat vraagt om afstemming met het afwerksysteem. Blijkt deze afstemming niet goed, dan kan dit zeker bij hoge houtvochtgehaltes resulteren in verfschade en verlies van brandwerende eigenschappen;
  • Bij WPC’s is de kwaliteit van het materiaal belangrijk. je moet rekening hou- den met grote dimensieveranderingen als gevolg van grote temperatuurverschillen bij directe zoninstraling;
  • tot slot is ook bij bamboe de kwaliteit van het materiaal bepalend voor een duurzaam gebruik.