“Hellende daken kun je gewoon biobased uitvoeren zonder onnodig risico”
Biobased bouwen werd jarenlang vooral gezien als iets voor voorlopers, idealisten en pioniers. Interessant, en vooral sympathiek, maar niet direct iets voor de grote renovatiepraktijk waarin planning, budget en uitvoerbaarheid leidend zijn. Toch verschuift dat beeld nu snel, zeker bij dakrenovatie. Daar liggen de kansen letterlijk voor het oprapen, zo leggen Marjet Rutten en Rick Ebbers van Building Balance uit.
Auteur: Harmen Weijer. Foto’s: Building Balance

Wie het dak aanpakt, pakt vaak direct een van de grootste warmtelekken van de woning aan. Om dat biobased te doen, is echter nog lang niet gemeengoed. Het is wel sterk in opkomst, want alleen dit jaar verwacht Building Balance dat er 10.000 daken biobased worgen gerenoveerd.
Building Balance is het nationale programma van de overheid om biobased bouwen op te schalen. Het programma richt zich op de hele keten, van land tot pand, stelt Marjet Rutten. “Er wordt inmiddels voldoende materiaal geteeld om te verwerken tot bouwproducten, de grootste prioriteit is nu de structurele vraag goed te borgen. Kortom: opschalen in de bouwsector. En hellende daken zijn het laaghangende fruit als je met biobased aan de slag gaat. Daar is eigenlijk alles al voor uitgezocht: certificering, brandtesten, kosten, detailleringen. Het kan gewoon.”

Een belangrijk argument vóór biobased renoveren ligt buiten de bouwplaats: in het landschap. Veel grondstoffen kunnen in Nederland groeien, zoals graanstro.
Dat is zeer relevant voor een sector die de komende jaren honderdduizenden woningen gaat verduurzamen. Want wie het dak aanpakt, pakt vaak direct een van de grootste warmtelekken van de woning aan. Om dat biobased te doen, is echter nog lang niet gemeengoed. Anderzijds is het ook niet zo dat biobased dakrenovatie onbekend terrein is voor de sector, stelt Rutten. “Wij verwachten dit jaar 10.000 daken biobased te renoveren in Nederland. Dus ik zou dat niet onbekend willen noemen. En we hebben op dit moment ook al 261 bedrijven, overheden en instellingen die hun commitment hebben uitgesproken om te gaan voldoen aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Het gaat om 80 woningcorporaties, 14 onderaannemers zoals isolatiebedrijven, 52 renovatiebedrijven, 27 nieuwbouwbedrijven, 25 gemeenten en waterschappen en 63 architecten en adviseurs. Dat is een flinke kopgroep.”
Maar, zo erkent Rutten, de uitdaging ligt inmiddels een stapje verder. Dus niet meer bij de innovators die het al doen, maar bij de veel grotere groep bedrijven en opdrachtgevers die nog niet ervaren zijn. Dat betekent dat woningcorporaties, vastgoedbeheerders, onderhoudsbedrijven en aannemers hun standaard werkwijze moeten verbreden. Niet alleen sturen op tijd en geld, maar ook op materiaalkeuze, CO₂-impact en toekomstbestendigheid. Dat dit voor terughoudendheid zorgt in de bouw- en renovatiesector, begrijpt Rutten wel. “In de bouw sturen we traditioneel op tijd en geld. Iets anders doen dan je gewend bent, vraagt aanpassing in de organisatie. Dat is logisch. Maar juist daarom moet het makkelijk worden gemaakt, en organiseren we de komende maanden op 5 plekken in Nederland praktijkgerichte kennissessies.” (zie kader)

Bij biobased dakrenovatie gaat het volgens Building Balance grofweg om twee oplossingen. De eerste is renovatie van binnenuit, waarbij isolatie aan de binnenzijde of in de dakconstructie wordt aangebracht.
Indak en opdak
Bij biobased dakrenovatie gaat het volgens Building Balance grofweg om twee oplossingen. De eerste is renovatie van binnenuit, waarbij isolatie aan de binnenzijde of in de dakconstructie wordt aangebracht. De tweede is renovatie aan de buitenzijde: het zogenoemde opdaksysteem, waarbij boven op de bestaande constructie een nieuwe schil wordt opgebouwd. “Het is ongeveer fifty-fifty wat we dit jaar zien tussen indak en opdak”, aldus Rutten. “Welke oplossing het best past, hangt af van de woning, de staat van het dak, de planning uit het MJOP en de gewenste energetische sprong. Als bijvoorbeeld dakpannen toch al vervangen moeten worden, ontstaat vaak een logisch renovatiemoment voor het gehele dak.”
Het is ook niet dat biobased isoleren een modieuze vondst van deze tijd is. Eeuwenlang werd immers gebouwd met materialen uit de directe omgeving: stro, riet, houtvezels, vlas en leem. Daarna nam de fossiele industrie het over. Nu keert de sector eigenlijk weer terug naar natuurlijke grondstoffen, maar dan industrieel ontwikkeld en technisch onderbouwd.
“We herontdekken het weer”, zegt Rick Ebbers. “Voor de olie was er niets anders. Toen werd ook al geïsoleerd met materialen van het land. Alleen doen we het nu wel professioneler. Stro wordt nu onder hoge druk geperst, luchtdichting is beter en de detaillering is veel verder ontwikkeld.”

De tweede oplossing is renovatie aan de buitenzijde: het zogenoemde opdaksysteem, waarbij boven op de bestaande constructie een nieuwe schil wordt opgebouwd. Dat gebeurt meestal prefab in de fabriek.
Beren op de weg
Zoals bij elke nieuwe standaard zijn er vragen en de beruchte beren op de weg. Kosten, brandveiligheid, vocht, levensduur, ongedierte en extra gewicht op de constructie worden vaak als eerste genoemd. Ebbers kent de lijst inmiddels uit zijn hoofd. En volgens hem zijn veel bezwaren oplosbaar of inmiddels achterhaald, en dus ‘schiet’ hij die ‘beren graag van de weg’.
“Materialen hebben gewicht, dat klopt. Maar we zien ook dat er vaak wordt overgedimensioneerd. Hele dikke pakketten toevoegen is lang niet altijd doelmatig. Bij veel renovaties is een Rc-waarde rond 4 à 4,5 al een logisch optimum. Daarboven neemt de extra energiewinst beperkt toe, terwijl kosten en belasting op de constructie verder oplopen.”
Brandveiligheid is een ander terugkerend thema. Veel biobased materialen hebben als los product een andere brandklasse dan minerale alternatieven. Maar dat zegt volgens Ebbers niet alles. “Je past materialen immers nooit los toe, maar altijd in een constructie. Met de juiste afwerkplaten voldoet zo’n opbouw gewoon aan de regelgeving en is het ook echt brandveilig.”
Vocht vraagt altijd aandacht bij dakrenovatie, ongeacht het gekozen materiaal. Toch ziet Ebbers juist voordelen. “Biobased materialen kunnen vocht opnemen en ook weer afgeven. Dat maakt dampopen bouwen mogelijk. Mits je de opbouw goed ontwerpt, kan dat juist sterk werken.” Voor platte daken ligt het ingewikkelder. Daar blijft de vochtbelasting groter en vraagt de opbouw meer zorgvuldigheid. Daarom richt de huidige marktontwikkeling zich nadrukkelijk eerst op hellende daken. “Dit najaar komen we met kennissessies voor platte daken.”
Ook naar levensduur is onderzoek gedaan. “We hebben woningen geopend die 50 tot 100 jaar geleden met natuurlijke materialen waren geïsoleerd. Dat materiaal bleek nog verrassend goed.”

De prefab-dakonderdelen gaan in grote onderdelen naar de bouwplaats, waar ze op de bestande woningen geplaatst worden.
Lokale grondstoffen
Een belangrijk argument vóór biobased renoveren ligt buiten de bouwplaats: in het landschap. Veel grondstoffen kunnen in Nederland groeien. Denk aan graanstro, hennep en vlas. “Je kunt CO₂ vastleggen in het gewas en vervolgens langdurig opslaan in gebouwen”, zegt Ebbers. Rutten noemt vooral stro en hennep kansrijk. “Graanstro telen we al enorm veel in Nederland, en vindt vaak zijn weg naar veevoer. Wij gebruiken de stengel, niet het graan; dat gaat als voer naar beesten. En hennep groeit supersnel, het heeft een groeicyclus van 100 dagen. Bovendien is het een rustgewas voor landbouwers, want het verbetert de bodem.” Daarmee ontstaat tegelijkertijd een nieuw verdienmodel voor boeren. Minder afhankelijk van traditionele bulkproductie, meer richting hoogwaardige grondstoffen voor de bouw.
Nog niet alle verwerkingscapaciteit staat in Nederland. Voor sommige producten wordt nu nog gekeken naar Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Frankrijk. Maar dat verandert zodra de vraag structureel wordt. “Een fabriek bouwen kost al snel tientallen miljoenen euro’s”, zegt Rutten. “Die investering doe je pas als je zeker weet dat de afzet er structureel is.” Daarom richt Building Balance zich momenteel vooral op opdrachtgevers en uitvoerders. Als corporaties en renovatiebedrijven standaard gaan uitvragen, volgt de industrie vanzelf.
Subsidie
Voor corporaties en grotere renovatieprojecten speelt ook financiering zeker mee. Daarom wijst Rutten op bestaande subsidiemogelijkheden. “We hebben vanuit de MEER-regeling € 10 miljoen subsidie beschikbaar, wat neerkomt op € 4.000,- per dak. En dat is bij een project van 100 woningen toch 4 ton. Het is wellicht niet allesbepalend binnen een totale renovatiesom, maar wel degelijk relevant voor businesscases.”
En ten slotte belangrijk voor de markt: bedrijven hoeven niet opnieuw het wiel uit te vinden. “We hebben de grote generieke bottlenecks al laten onderzoeken”, zegt Rutten. “Brand, kosten, Rc-waardes, plaagdieren, bouwdetails: we hebben werkelijk voor alles documentatie beschikbaar, en bovendien met alle keurmerken van de DGMR’s en de Niemans in Nederland. Hellende daken kun je gewoon biobased uitvoeren zonder onnodig risico.”
Kennissessies biobased dakrenovatie
Tijdens 5 kennissessies geven bouw- en renovatie-experts van Building Balance, zoals Rick Ebbers, praktijkgericht informatie om een hellend dak biobased te verduurzamen. Het gaat onder andere over: kansen en keuzes bij renovatie (IN- en OP-dak); bouwdetails, constructie, planning en kosten; certificering en beschikbare testen; samenwerking in de keten. Ook over aansluiting op de biobased keten in de regio en het landelijk kennisprogramma DÂK komt aan de orde.
De sessies vinden plaats in Echt (19 mei), Utrecht (28 mei), Oosterwolde (Frl.) (4 juni), Deventer (11 juni) en Colijnsplaat (1 juli). Meer info: https://buildingbalance.eu/agenda/.