Isoleren is als een jas
Zodra de dagen korter worden, doen we vanzelf een dikkere jas aan. Niemand die daarover een discussie voert: kou buiten, isolatie ertegenaan, klaar. Maar zodra het over onze woningen gaat, wordt het ineens een stuk ingewikkelder. Hoe dik moet die ‘jas’ dan zijn?
In de nieuwbouw weten we het precies: een Rc-waarde van 6,3 m²K/W, grofweg zo’n 18 centimeter isolatie of meer. Dat past prima in een nieuwe constructie. Maar probeer datzelfde pakket eens in de spouw van een bestaande woning te proppen. Dat lukt niet. En toch is dat vaak het referentiekader waarmee we naar renovatie kijken.
Misschien moeten we ophouden te doen alsof er maar één soort winterjas bestaat. Als je zelf geen superdikke jas hebt, trek je ook gewoon laagjes over elkaar aan: een vest onder je jas, een regenjas eroverheen, en je bent net zo goed beschermd. Met woningen werkt het precies zo. Is de spouw al goed nageïsoleerd, dan kun je met binnen- of buitenisolatie nog steeds hoge waardes halen. Technisch is er veel mogelijk, maar de vraag is: is het altijd nodig? De ingreep is groot, en de rekening ook.
Daar komt bij: bewoners zijn geen normen. De een is een koukleum, de ander zet midden in de winter nog een raampje open. In de regelgeving gaan we uit van de meest ongunstige situatie. Maar hoe vaak is het nu echt -10 °C? Steeds vaker werken we in de bestaande bouw met de Standaard en de Streefwaarden. Daarbij geldt de Standaard voor een gebouw en de Streefwaarde voor een bouwdeel. Voor een gevel ligt die Streefwaarde op 6,0 m²K/W, net onder nieuwbouwniveau. Dat is best wel hoog.
Je zou het ook kunnen omdraaien. Wat als we vooral zorgen dat een woning in voor- en najaar comfortabel warm te krijgen is? Daarvoor hoeft de isolatie misschien niet tot het uiterste te worden opgevoerd. In de paar echte piekdagen kun je als bewoner letterlijk een extra trui aantrekken, of je installatie tijdelijk wat harder laten werken. Vloeken in de kerk, misschien, maar lokale bijverwarming op de koudste momenten is óók een optie – zeker als die gevoed wordt met duurzame energie.
Waar het mij om gaat: stop met kijken naar afzonderlijke onderdelen, kijk naar het totaalplaatje. Kun je de gevel niet verder isoleren, dan kun je misschien bij het dak een stap extra zetten. Lukt dat ook niet, zorg dan dat de installatie het comfort kan opvangen wanneer dat nodig is. Zolang die extra stap duurzaam wordt ingevuld, kun je nog steeds spreken van een goede, toekomstbestendige woning.
Dat neemt niet weg dat je moet isoleren waar het eenvoudig kan – dat blijft de basis. We vinden het tenslotte ook volstrekt logisch dat we in de winter niet zonder jas naar buiten gaan. Maar welke jas je aantrekt, hoeveel laagjes je kiest en waar je het dikkere deel van de jas plaatst… dáár mogen we in de bestaande bouw best wat slimmer en genuanceerder over nadenken.