Materiaalkennis (3)
In de volle breedte van de Monumentenzorg is kennis van (historische) materialen onontbeerlijk. De bouwhistoricus zal materiaalkennis vooral inzetten voor het herkennen en dateren van materialen. De bouwkundig inspecteur doet dat voor het herkennen van materialen en de daarbij behorende schademechanismen. En de (gespecialiseerde) restauratieaannemer op zijn beurt gebruikt die kennis om op een technisch juiste en historisch verantwoorde wijze te kunnen restaureren. In deze bijdrage een voorbeeld van een type bouwsteen die niet altijd wordt herkend en bij een verkeerde toepassing of met gebruik van een verkeerde leg- en/of voegmortel onherroepelijk wordt aangetast. We hebben het dan over kalkzandsteen in het exterieur.

Deel van een gevelwand in kalkzandsteen van een arbeiderswijk bij de glasfabriek in Leerdam. Deze arbeidershuisjes (1916) zijn ca. 10 jaar geleden gesloopt, met o.a. het argument dat in het verleden een inferieur type baksteen (!) zou zijn toegepast.
Kalkzandsteen werd in eerste instantie ontwikkeld als bouwsteen voor buitengevels en is tot eind jaren twintig van de vorige eeuw geproduceerd als buitengevelsteen. Het einde van deze gekleurde steen in het exterieur werd rond 1929 ingeluid door een verdeling van de markt voor binnen- en buitenstenen. Kalkzandsteen werd een steen voor binnenmuren. Kalkzandsteen is een bouwsteen die geproduceerd is uit een mengsel van ca. 90% zand met 5-8% gebluste kalk en water (één deel kalk op acht tot tien delen zand). Gebluste kalk is ongebluste kalk waaraan water is toegevoegd. Het blussen van kalk is een chemisch proces dat gepaard gaat met een behoorlijke warmteontwikkeling waarbij de temperatuur tot ongeveer 85°C oploopt. Bij het mengen van kalk met water wordt erop gelet dat er geen ongebluste delen overblijven (de zgn. bonen).

Een woonhuiscomplex uit 1896 in Dordrecht waarvan de plint is uitgevoerd in vuilwitte kalkzandsteen.
Kalkzandsteen
De eerste kalkzandstenen zijn gemaakt door een Duitse arts. Deze arts, A. Bernhardi te Eilenburg (DE), was begaan met de armoedige situatie van de arbeiders. Hij zocht naar een goedkope steensoort om de woontoestanden van de arbeiders te verbeteren.
De eerste generatie kalkzandstenen (vanaf 1854) waren geperste stenen die in de ‘lucht’ zijn uitgehard. Dit was een langzaam, natuurlijk proces en de verharding van deze stenen nam dan ook weken in beslag. In 1880 krijgt W. Michaëlis te Berlijn patent op het verharden met hogedrukstoom, wat het productieproces aanzienlijk versnelde.
Door de verdere ontwikkeling van steenpersen, kalkmolens, blustrommels, mengmachines en hardingsketels is het rond 1900 mogelijk om binnen een tijdsbestek van circa tien uur kalkzandstenen te fabriceren. Ten opzichte van de fabricage van baksteen rond 1900 is dit een korter en daarmee goedkoper proces. Het gevolg is dat voor de armere bevolking betere woningen beschikbaar komen. Ook kunnen er sneller en goedkoper betere arbeiderswijken worden gebouwd.
Dat is noodzakelijk, want in 1901 treedt de Woningwet in werking. Deze wet is gekomen om bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen. Door de industriële groei en de grote vraag naar arbeiders, worden overal arbeiderswijken uit de grond gestampt. De vraag naar arbeiderswoningen is groot. De fabricage van kalkzandsteen heeft aan deze arbeiderswijken zijn steentje aan bij gedragen.

Paarse kalkzandsteen toegepast als profielsteen en waterslag rondom gevelopeningen van een pand uit 1888 in Woerden.
De literatuur is niet eensluidend waar in Nederland de eerste kalkzandsteenfabriek is opgericht. De een noemt Oldenzaal als de eerste productieplaats, de ander Losser, maar beide vermelden het jaartal 1898.
Kalkzandstenen zijn in verschillende kleuren geproduceerd, namelijk: wit, rozerood (appelbloesem), paars (heidekleur), lichtgeel, grijs, zwart of klinkerkwaliteit in de kleur blauw. Vaak kom je woningen tegen waarin verschillende kleuren zijn verwerkt tot een vrolijk en speels geheel, en dan niet alleen voor arbeiderswoningen, maar ook voor representatieve gebouwen zoals bijvoorbeeld directeurswoningen bij fabrieken.
Wanneer de kalkzandstenen van heel dichtbij worden bekeken, zijn er soms witte brokjes te zien, de zogenaamde kalkpitten. De kalkmolens waren in het begin nog niet zover ontwikkeld, zodat er grove stukjes kalk in de steen mee werden geperst. We zien dat terug in de bepaling in normblad N522/523 (1938): “Steenen voor te voegen werk moeten aan de koppen en strekken vrij zijn van kalkpitten”.

Detailfoto van de toegepaste kalkzandsteen in het stationsgebouw van Leerdam (1883). De grove bestanddelen zijn kenmerkend voor de eerste generatie (luchtgeharde) kalkzandsteen.
Stationsgebouw Leerdam
In Leerdam is een groot aantal panden waarvan de gevels geheel in kalkzandsteen zijn opgebouwd, of in baksteen en versierd met decoratieve banden en gemetselde bogen van kalkzandsteen. Een voorbeeld is het stationsgebouw. In de met rode baksteen gemetselde gevels zijn ter hoogte van onder- en bovenzijde van de ramen vuilwitte kalkzandsteenbanden te zien. Ook de gemetselde bogen boven de gevelopeningen zijn van kalkzandsteen.
Deze ‘ontdekking’ levert een paar interessante gegevens op. Als eerste wordt in de beperkte literatuur over kalkzandsteen vermeld dat deze pas rond 1900 in Nederland wordt toegepast. Het stationsgebouw is echter van 1883! Dat betekent dat de toegepaste kalkzandsteen uit het buitenland komt. Immers de eerste kalkzandsteenfabriek in Nederland is ‘pas’ in 1898 ontstaan. Hieruit volgt de conclusie dat de ontwerper en/ of bouwer van het stationsgebouw internationaal georiënteerd was op bouwproducten.
Als tweede bijzonderheid kan gesteld worden dat de kalkzandstenen in de gevels van het stationsgebouw luchtgeharde kalkzandstenen zijn, want het patent op verharden met hogedrukstoom dateert uit 1880 en komen in 1894 in Duitsland op de markt.