Wooncrisis

Met de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober in aantocht hebben de meeste partijen hun verkiezingsprogramma’s gepresenteerd. En het heeft even geduurd, maar de wooncrisis is hét gedeelde thema in de verkiezingsprogramma’s van de zes grootste partijen. Maar – en dat zal niemand verbazen – de oplossingen lopen behoorlijk uiteen, en zijn gebaseerd op het berijden van hun eigen, bekende stokpaardjes.

Alle partijen erkennen dat er structureel te weinig woningen zijn en dat bouwen versneld moet worden. CDA, VVD, GroenLinks/PvdA en D66 mikken op circa 1000.000 woningen per jaar. JA21 en PVV leggen meer nadruk op het terugdringen van immigratie als voorwaarde om de woningnood te verlichten. GroenLinks/PvdA en D66 benadrukken dat wonen een grondrecht is en willen de regie bij de overheid leggen. Zij kiezen voor stevige investeringsprogramma’s, meer sociale huur en bescherming van huurders. De VVD plaatst bouwen in de sleutel van ‘werken moet lonen’: een voor wie werkt, met minder regels en meer ruimte voor de markt. Het CDA balanceert tussen markt en overheid: bouwen met ‘wijkjes erbij’, fiscale aanpassingen zoals afbouw van hypotheekrenteaftrek, en beperking van juridische vertragingen.

PVV en JA21 onderscheiden zich door een harde lijn: woningen expliciet voor Nederlanders, stop op voorrang voor statushouders, en in het geval van JA21 zelfs een nieuwe stad voor 150.000 inwongers. Ook D66 heeft dat ‘proefballontje’ al eerder opgealten, al is dat meer voor de langere termijn. Op korte termijn zien de Democraten meer in meer bouwen binnen de bebouwde kom, met hulp van onder andere transformatiesubsidies en optopteams, en door het isoleren van bestaande woningen.

Kortom: consensus over de urgentie van bouwen, maar scherpe verschillen in oorzaken en prioriteiten. De vraag is dus niet óf er gebouwd wordt, maar voor wie, door wie, en onder welke voorwaarden. En dat wordt helaas niet bepaald in het stemhokje, maar tijdens de onderhandelingen. Wordt gegarandeerd vervolgd!