“Isoleren loont, maar overdrijf het niet”
De energietransitie in de gebouwde omgeving draait om twee grote knoppen: het terugbrengen van de warmtevraag via isolatie en het verduurzamen van de energievoorziening met bijvoorbeeld warmtepompen en zonnepanelen. Maar waar ligt nu écht de grootste winst? En wanneer heeft extra isoleren eigenlijk weinig zin meer? Een nieuwe studie van de TU Delft rekent het haarfijn voor met Nederlandse woningen. De uitkomst is verrassend helder: vooral ramen doen ertoe, en boven een bepaald isolatieniveau verschuift het speelveld van de bouwschil naar de installatietechniek.

De overstap van enkel naar dubbel glas halveert in veel gevallen het gasverbruik.
Ir. Joel Alpízar-Castillo, promovendus in multi-energiesystemen en slimme netten aan de TU Delft, en zijn promotor dr.ir. Laura Ramírez-Elizondo hebben het onderzoek Analyse van de isolatieverbeteringen in Nederlandse huizen uitgevoerd. Daarvoor hebben ze drie representatieve woningtypen doorgerekend: een studio, een appartement en een vrijstaande woning. De onderzoekers simuleerden tientallen scenario’s met verschillende typen glas, dakisolatie, spouwisolatie, buitengevelisolatie, zonnepanelen en warmtepompen. Daarbij keken ze niet alleen naar de warmtevraag en het gasverbruik, maar ook naar investeringskosten, energiekosten en terugverdientijden.
Winstpakker
Wie denkt dat muren en daken de meeste warmte verliezen, komt bedrogen uit. Het onderzoek laat zien dat ramen verreweg de grootste bron van warmteverlies zijn. De overstap van enkel naar dubbel glas halveert in veel gevallen het gasverbruik. Dat is ongekend veel voor één enkele maatregel.
De stap van dubbel naar driedubbel glas levert daarentegen nog maar 6 tot 7 procent extra besparing op, terwijl de kosten fors hoger liggen. Economisch gezien is driedubbel glas dus vaak niet interessant als vervanging van dubbel glas. Alleen wanneer enkel glas toch al vervangen moet worden, kan direct kiezen voor driedubbel glas nog enigszins logisch zijn.
De terugverdientijd van enkel naar dubbel glas ligt rond de 6 jaar. Van dubbel naar driedubbel glas loopt die echter op tot meer dan 100 jaar. Dat zegt genoeg.
Dakisolatie
Dakisolatie werkt heel goed: hoe dikker de isolatie, hoe lager de warmtevraag. Maar ook hier duikt een verzadigingspunt op. De grootste winst is te halen bij woningen met minder dan 10 centimeter dakisolatie. Daar liggen terugverdientijden tussen de vier en tien jaar.
Zodra een woning echter al 10 centimeter isolatie of meer heeft, wordt extra bij-isoleren financieel steeds minder aantrekkelijk. De extra gasbesparing blijft beperkt, terwijl de terugverdientijden kunnen oplopen tot 30 tot zelfs 90 jaar. Technisch kan het dus beter, maar economisch loopt het vast.

Dakisolatie werkt heel goed: hoe dikker de isolatie, hoe lager de warmtevraag.
Spouw en gevel
Ook bij gevels blijkt dat extra isoleren lang niet altijd loont. Een luchtgevulde spouw verlaagt het gasverbruik al met zo’n 9 procent. Verdere verdikking levert nog maar kleine extra stappen op. Het na-isoleren van spouwen met EPS zorgt slechts voor bescheiden extra winst, zo blijkt uit de analyse van Alpízar-Castillo en Ramírez-Elizondo.
Buitengevelisolatie kan het gasverbruik met 10 tot 20 procent verlagen, maar de kosten zijn hoog. Daardoor is deze maatregel alleen in specifieke situaties interessant, bijvoorbeeld bij grootschalige renovaties of als esthetische vernieuwing toch al gepland staat.
Energielabels
De onderzoekers koppelden alle isolatiecombinaties aan energielabels van G tot A. Hieruit komt een duidelijke lijn naar voren. De grootste stappen in warmtevraag en gasverbruik worden gezet bij woningen met label G, F en E. De overgang van E naar D, vooral door dubbel glas, levert nog een flinke extra stap op. Vanaf label D en beter vlakt de winst sterk af.
Voor woningen met energielabel D is een alternatief scenario doorgerekend: geen extra isolatie, maar wél een warmtepomp en zonnepanelen. De uitkomst is veelzeggend. In deze gevallen verdwijnt het gasverbruik volledig en worden de energiekosten sterk verlaagd.
Daarmee verschuift het zwaartepunt duidelijk: bij slecht geïsoleerde woningen ligt de sleutel bij isolatie, bij beter geïsoleerde woningen bij installatietechniek. Daarbij moet wel worden aangetekend dat subsidies, stijgende energieprijzen en netcongestie de rekensommen in de praktijk kunnen verschuiven.
Het onderzoek laat zien dat de energietransitie in de bestaande bouw vraagt om slimme volgorde in maatregelen. Eerst de grootste lekken dichten – de ramen – daarna het dak, en pas daarna de gevel. Zodra een woning een bepaald isolatieniveau heeft bereikt, wordt het verstandiger om te investeren in warmtepompen en zonnestroom.
Lees hier het gehele rapport: https://research.tudelft.nl/files/259779616/energies-18-05467.pdf.