‘Back to the future’ in Haagse wijk Mosveen
In de Haagse wijk Mosveen staan ze al decennialang: lange stroken portiekflats uit de jaren 50 van de vorige eeuw, gebouwd in een tijd waarin woningnood en snelheid belangrijker waren dan differentiatie, comfort of energieprestatie. Maar omdat de 224 portiekwoningen gebouwd zijn met het zogeheten Tramonta-bouwysteem, zijn ze anno 2025 heel goed te renoveren naar huidige maatstaven. Daarin verschilt deze wijk met vele andere buurten met portiekwoningen uit de jaren 50 en 60 in Nederlandse steden, omdat dit systeem geen dragende binnenmuren heeft. Dat biedt kansen voor een veelzijdiger en moderner woningaanbod, zo stelde architectenbureau KAW voor. Eigenaar van wijkontwikkelingsmaatschappij WOM – een samenwerkingsverband tussen de gemeente Den Haag en woningcorporatie Hof Wonen – koos dan ook voor het ontwerp van KAW. Reimar von Meding, algemeen directeur van KAW, vertelt over de achtergronden van deze bijzondere renovatie.
Auteur: Harmen Weijer. Foto’s/renders/afbeeldingen: KAW.

Woningbouw, Mosveen, Den Haag, renovatie, huidige staat ©2024
KAW gaat in haar ontwerp ‘back to the future’, vertelt Reimar von Meding. “De kern van dit project is dat we heel precies hebben gekeken naar hoe deze gebouwen in de jaren 50 van de vorige eeuw zijn gemaakt. Pas als je dat echt begrijpt, zie je hoeveel ruimte er eigenlijk nog in zo’n systeem zit.”
Het resultaat is een plan dat op het eerste gezicht bescheiden oogt, maar bij nadere beschouwing juist sterk leunt op diepgravende bouwkundige analyse. Niet slopen en opnieuw beginnen, niet optoppen of uitbouwen, maar terug naar de logica van het oorspronkelijke bouwsysteem.
Eén systeem, nul differentiatie
De 224 woningen in Mosveen zijn gebouwd volgens het Tramonta-systeem, wat stond voor traditioneel montagebouwsysteem. Dat prefab systeem, dat vooral in Zuid-Holland in de periode 1951-1960 in 4.845 woningen is gebruikt, was in zijn tijd vooruitstrevend: een betonnen skelet met portalen en vloerelementen, waarin de woningscheidende wanden vooral als invulling fungeerden en niet primair dragend waren. Toch leidde die systematiek in Mosveen tot een uiterst eenvormig woningaanbod.
“Er waren feitelijk maar twee woningtypen”, vertelt Von Meding. “Appartementen van ongeveer 50 tot 60 m2, allemaal met twee slaapkamers en nul differentiatie. Dat paste bij het denken van toen, want in die tijd overheerste de gedachte: ‘Wij weten wat goed voor je is.’ Het sluit echter totaal niet meer aan bij de huidige woningmarkt.”
Die eenvormigheid vormde de centrale opgave in de tender: hoe kan een bestaande portiekflat, zonder het aantal woningen te veranderen, toch ruimte bieden aan een bredere doelgroep? Van starters tot kleine gezinnen en van jonge stellen tot ouderen die nog zelfstandig willen wonen.

De 224 woningen in Mosveen zijn gebouwd volgens het Tramonta-systeem. Dat bestond een prefab betonnen skelet met portalen en vloerelementen, waarin de woningscheidende wanden vooral als invulling fungeerden en niet primair dragend waren.
Begrijpen vóór ingrijpen
Waar veel renovatieprojecten beginnen met het toevoegen van nieuwe volumes, zoals optoppingen of uitbouwen, koos KAW bewust een andere route. “Architecten hebben soms de neiging om iets nieuws toe te voegen om hun handtekening te zetten”, zegt Von Meding. “Wij hebben juist enorm veel tijd en energie gestoken in het doorgronden van het bestaande systeem.”
Dat betekende in dit geval: stevig archiefonderzoek, originele tekeningen opzoeken, prefabdetails bestuderen en zelfs de bewapening van de betonelementen analyseren. “Dit soort bouw uit de jaren 50 is krankzinnig goed gedocumenteerd”, weet hij. “Tot op staven en knopen aan toe.”

Door de balkons met 1 meter te verlengen, ontstaat een volwaardig buitenruimte van circa 2,30 meter diep. Groot genoeg voor een tafel met vier stoelen.
Verschuiven van woningscheidende wanden
De ontdekking die het ontwerp mogelijk maakte, zat in de rol van de woningscheidende wanden. In het Tramonta-systeem bleken die wanden geen dragende functie te hebben, maar slechts invulling te zijn van het betonnen raamwerk. “Dat betekende dat we eenvoudig een woningscheidende wand konden verplaatsen”, legt Von Meding uit. “Door één wand te verschuiven, maak je aan de ene kant een kleinere woning en aan de andere kant een grotere.”
Het effect van deze behoorlijk eenvoudige stap is groot. Zonder het aantal woningen te veranderen, ontstond ruimte voor maar liefst negen verschillende woningtypen. Kleinere appartementen van circa 40 à 50 m², middelgrote woningen rond de 60 à 65 m² en grotere woningen tot ongeveer 80 à 85 m². “Voor elke kleinere woning ontstaat er één grotere”, zegt Von Meding. “Die variatie maakt het mogelijk om meerdere doelgroepen te bedienen, zonder dat de buurt eenzijdig wordt samengesteld. Dat laatste was ook een strenge eis vanuit de Haagse gemeenteraad, want deze voormalige huurwoningen worden nu te koop aangeboden. Maar dan wel voor een beperkte doelgroep, zoals voor mensen die precies tussen wal en schip vallen wat betreft kopen en huren, én in essentiële beroepen zitten. Bovendien gaat het om goedkope en betaalbare koop”, weet Meding, waarbij dit in de Randstad nog steeds om flinke bedragen gaan, variërend van tussen € 325.000 en € 370.000.

Door aan de gevel horizontale en verticale gevelbanden met circa twintig centimeter te vergroten fungeren ze als een soort overstek. Daardoor wordt de hoogstaande zomerzon geweerd, terwijl de laagstaande winterzon juist wordt toegelaten.
Beukmaat
Cruciaal in die flexibiliteit is de beukmaat van het oorspronkelijke systeem. In veel portiekflats zijn de beuken ongelijk, met bredere woonkamers en smallere slaapgedeelten. In Mosveen is destijds al gekozen voor een regelmatige beukverdeling van 4,5 meter.
“Alle vloerelementen zijn gelijk en volledig geprefabriceerd”, zegt Von Meding. “De woningscheidende wanden staan op twee beuken, met daartussen een tussenbeuk. De kamerwanden zijn niet constructief vastgelegd. Dat maakt de plattegrond veel flexibeler dan je op het eerste gezicht zou denken.” Die oorspronkelijke rationaliteit, bedoeld om snel en efficiënt te bouwen, blijkt zeventig jaar later precies de sleutel tot aanpasbaarheid.
Ook in de gevels grijpt KAW terug op een historisch principe. De oorspronkelijke houten kozijnen hadden een slimme stijlenindeling, waardoor binnenwanden niet precies op een vloerrand hoefden aan te sluiten, maar konden ‘landen’ in het kozijn. “In de jaren 80 zijn die kozijnen bij een eerdere renovatie vervangen door standaard kunststof varianten”, zegt Von Meding. “Daarmee verdween een belangrijk stuk flexibiliteit.”
KAW ontwierp daarom een nieuw montagekozijn met een bewuste verticale stijlpositie, geïnspireerd op het oorspronkelijke ontwerp. Dat maakt verschillende kamerindelingen weer mogelijk én zorgt tegelijk voor een meer gelaagd gevelbeeld. “Het geeft een grafische kwaliteit, een soort Mondriaan-effect, dat eigenlijk altijd al in het gebouw zat en nu weer terugkomt.”
Balkonvergroting
Een tweede belangrijk ingreep in de gevels betreft de balkons. De oorspronkelijke balkons waren smal en nauwelijks bruikbaar, waardoor bewoners ze eerder als opslag gebruikten dan om er te zitten, met als direct gevolg een rommelig gezicht. “Daarom hebben we voorgesteld om de bestaande balkons te vergroten”, vertelt Von Meding. “Door de balkons met 1 meter te verlengen, ontstaat een volwaardig buitenruimte van circa 2,30 meter diep. Groot genoeg voor een tafel met vier stoelen. Dat wordt enorm gewaardeerd, ook door de gemeente, omdat je zo de bestaande structuur respecteert.”

Ook op het niveau van mobiliteit en toegankelijkheid zocht KAW naar bouwkundige oplossingen. De onderste portiektrappen worden vervangen door flauwere varianten, waardoor de onderste woningen beter bereikbaar zijn voor ouderen. En tegelijkertijd kun je makkelijker naar beneden, richting de kelder. Er is zelfs ruimte voor het plaatsen van scootmobiels.
Passieve klimaatmaatregelen
De gevelrenovatie is meer dan esthetiek en extra buitenruimte. KAW verdikte de horizontale en verticale gevelbanden met circa twintig centimeter. Niet met zwaar beton, maar met lichte, geïsoleerde gevelelementen. “We hebben dat helemaal doorgerekend in een passiefhuis benadering”, vertelt Von Meding. “Die verdikking zorgt namelijk voor passieve zonwering. De hoogstaande zomerzon wordt geweerd, terwijl de laagstaande winterzon juist wordt toegelaten.”
Het resultaat is een gevel met een aantoonbaar energetisch voordeel. Vooral aan de zuidzijde spelen horizontale banden een rol, terwijl aan de noordoostzijde juist verticale accenten helpen tegen opwarming.
De renovatie brengt alle woningen naar energielabel A+. Dat gebeurt via een combinatie van gevelisolatie, nieuwe luchtdichte kozijnen en CO₂-gestuurde mechanische ventilatie. Balansventilatie bleek in dit project niet haalbaar. “Er geldt hier een aansluitplicht op stadswarmte”, zegt Von Meding. “Dat is op zich jammer, omdat het de prikkel wegneemt om volledig all-electric te gaan, maar binnen die randvoorwaarden hebben we maximaal ingezet op lage woonlasten.”
Op de daken komt circa 2.000 m² aan groendak. Zonnepanelen zijn geen standaard onderdeel van het pakket, maar wel als kopersoptie beschikbaar. “Er is namelijk ruimte voor zonnepanelen. Dat komt omdat de draagkracht van het bestaande dak beperkt is, waardoor niet het gehele dak als groendak kan worden ingericht.”
