Vloerisolatie 2.0: dun, biobased en toch goed isolatiewaarden
De renovatiemarkt staat voor een even grote als interessante uitdaging. Woningeigenaren, woningcorporaties en VvE’s willen woningen sneller verduurzamen, de milieubelasting van bouwmaterialen verlagen én tegelijkertijd voldoen aan steeds strengere eisen op het gebied van energieprestaties. Bij vloerisolatie komen die ambities samen. Het gaat niet alleen om de hoogste isolatiewaarde per centimeter; er wordt steeds vaker gevraagd door opdrachtgevers om materialen met een lagere milieubelasting. Tegelijkertijd blijft de beschikbare opbouwhoogte in bestaande woningen vaak beperkt. Daardoor ontstaat een duidelijke trend: vloerisolatiesystemen worden niet alleen dunner, maar ook steeds vaker biobased, maar met steeds betere isolatiewaarden.

Diverse Europese producenten, zoals op de foto’s Steico, brengen houtvezelplaatsystemen op de markt die specifiek zijn ontwikkeld voor renovatieprojecten waarbij slechts beperkte opbouwhoogtes beschikbaar zijn. Foto: Steico.
De belangstelling voor biobased bouwen groeit al enkele jaren. Dat bleek al uit de kennissessies over biobased dakisolatie, die DGBC deze zomer organiseert. Voor vloerisolatie is dat niet anders. Want ook daar geldt dat aangescherpte milieuprestatie-eisen, de introductie van CO₂-beprijzing en de toenemende aandacht voor circulair bouwen ervoor zorgen dat opdrachtgevers verder kijken dan alleen de energiebesparing tijdens de gebruiksfase van een gebouw.
Vooral woningcorporaties en professionele vastgoedbeheerders kijken steeds vaker naar de volledige levenscyclus van bouwmaterialen. Daarbij spelen materialen zoals houtvezel, vlas, hennep en ook zelfs kurk een steeds grotere rol. Deze materialen slaan tijdens hun groei CO₂ op en hebben doorgaans een aanzienlijk lagere milieubelasting dan fossiel gebaseerde isolatieproducten.
In de praktijk blijkt echter dat bestaande woningen niet altijd voldoende ruimte bieden voor dikke isolatiepakketten. Zeker bij renovaties van appartementen, monumenten en binnenstedelijke woningen kan iedere centimeter opbouwhoogte van belang zijn. De zoektocht naar dunne biobased oplossingen is daardoor in een stroomversnelling geraakt.
Houtvezel
Een van de meest zichtbare ontwikkelingen is de opkomst van dunne houtvezelplaten voor renovatievloeren. Diverse Europese producenten, zoals Gutex, Steico en WEM, brengen systemen op de markt die specifiek zijn ontwikkeld voor renovatieprojecten waarbij slechts beperkte opbouwhoogtes beschikbaar zijn.
Deze platen zijn verkrijgbaar vanaf circa 20 tot 40 millimeter dikte en worden vaak toegepast onder droge dekvloersystemen of binnen houten vloerconstructies. Naast thermische isolatie bieden ze ook voordelen op het gebied van geluidsisolatie en vochtregulatie. Daardoor zijn ze vooral aantrekkelijk in appartementencomplexen en monumentale panden, waar akoestisch comfort en vochtbeheersing minstens zo belangrijk zijn als energiebesparing.
Een bijkomend voordeel van houtvezel is dat het materiaal vocht tijdelijk kan opnemen en weer afgeven. Hierdoor blijft de constructie beter in balans, wat vooral bij oudere gebouwen van belang kan zijn.
Kurk
Naast houtvezel groeit ook de belangstelling voor kurk. Jarenlang werd kurk vooral gezien als afwerkingsmateriaal, maar inmiddels ontdekken ontwerpers en renovatieprofessionals opnieuw de isolerende eigenschappen van dit natuurlijke materiaal.
Kurk is volledig biobased, drukvast, vochtbestendig en relatief dun toepasbaar. Juist die combinatie maakt het interessant voor renovatieprojecten waarbij de beschikbare vloerhoogte beperkt is. Bovendien beschikt kurk over uitstekende akoestische eigenschappen, waardoor kurk geluidsoverlast tussen woningen kan verminderen. Ook vanuit circulair oogpunt is kurk aantrekkelijk. De schors van de kurkeik wordt geoogst zonder de boom te kappen, waardoor het materiaal een bijzonder duurzame grondstof vormt.
Het Portugese bedrijf Amorim Cork Solutions is daarin gespecialiseerd en gebruikt kurk als gevel-, dak- en vloerisolatie. Dit bedrijf expandeert kurk in hun fabriek door kurkkorrels te verhitten, waardoor ze uitzetten en als vanzelf aan elkaar plakken. Er is geen chemische lijm nodig.
Hybride systemen
Hoewel volledig biobased oplossingen steeds populairder worden, blijkt in veel renovatieprojecten een compromis noodzakelijk. Daarom groeit de markt voor hybride systemen momenteel waarschijnlijk het snelst.
Bij deze systemen wordt een dunne laag hoogwaardig isolatiemateriaal, zoals PIR, gecombineerd met een biobased laag van bijvoorbeeld houtvezel, vlas of kurk. Het doel is om de voordelen van beide materiaalgroepen samen te brengen. Hierdoor ontstaat een systeem met beperkte opbouwhoogte, een hoge isolatiewaarde, een lagere milieu-impact en betere vocht- en geluidsregulerende eigenschappen.
Hybride vloerisolatie is ideaal voor oudere woningen met houten vloeren en kruipruimtes waar traditionele isolatie tekortschiet, zo stelt Lammertink Isolatie op de eigen website. “Woningen die tussen 1950 en 1990 zijn gebouwd, profiteren het meest, omdat deze vaak onvoldoende of verouderde isolatie hebben. Woningen met beperkte kruipruimtehoogte zijn uitstekende kandidaten, omdat hybride methoden meer isolatiewaarde leveren in dunnere lagen. Dit is cruciaal wanneer de kruipruimte te laag is voor dikke traditionele isolatiepakketten.”

Voor de iets langere termijn wordt veel verwacht van vacuümisolatiepanelen op basis van biomaterialen, zoals deze panelen van bioaerogels van aerogel-it. Vooralsnog zijn deze nog in pilotfases en voor gevels, maar ook voor de vloer worden deze panelen geschikt gemaakt. Foto: aerogel-it.
Vacuümisolatie

Foto: aerogel-it.
Voor de iets langere termijn – 5 tot 10 jaar en verder – wordt veel verwacht van vacuümisolatiepanelen, beter bekend als VIP’s. De meeste VIP’s bestaan nu nog uit een minerale kern (silica) met een meerlaagse aluminium folie. Toch zijn er enkele producenten en onderzoeksprojecten die werken met biobased of natuurlijke kernmaterialen, en zijn die voornamelijk nog gericht op gevelpanelen. Zo wordt in een groot Europees onderzoeksprogramma BIOVIPWALL (onderdeel van het EU-Horizon-programma iclamabuilt) energiezuinige en grondstofbesparende sandwichgevelelementen te ontwikkelen. De uitdaging in dit programma is hoogwaardige thermische isolatie te bereiken met minimale wanddikte en tegelijkertijd een lage CO2-voetafdruk behouden. Dat wil het Duitse bedrijf va-Q-tec samen met aerogel-it bereiken door BioAerogel-VIP’s te maken. Deze biobased variant van aerogel zijn volgens de productenten gemaakt van biomaterialen die niet meer als voedsel bruikbaar zijn, zoals restmateriaal uit de landbouw. En als dat lukt voor gevels is vloerisolatie de volgende, logische stap.