“Het tegelambacht trekt jongeren, maar de sector laat ze moeilijk binnen”
Wie Ton Borrenbergs spreekt, krijgt geen gladgestreken verhaal over tegelzetten. De eigenaar van TAB Support ziet als technisch adviseur vooral het werk waarover discussie is ontstaan. Hij onderzoekt schades, verricht keuringen en bemiddelt tussen tegelzetters, aannemers, opdrachtgevers, verzekeraars en soms juristen. Toch is zijn overtuiging na tientallen jaren in het vak onverminderd: tegelzetten is een prachtig ambacht. Juist daarom maakt hij zich zorgen. Niet omdat jongeren massaal wegblijven, want tegelzetten blijkt opmerkelijk populair bij mbo’ers, maar omdat voor gemotiveerde leerlingen helaas moeilijk leerbedrijven te vinden zijn.
Auteur: Harmen Weijer. Foto’s: TAB Support/Ton Borrenbergs.

“Af en toe word ik wel een beetje bezorgd van alle schademeldingen die binnenkomen”, start Borrenbergs het gesprek. “Maar ik zie natuurlijk maar een paar procent van het werk. Laten we ervan uitgaan dat het meeste gewoon goed gaat.” Als het misloopt, en ze schakelen Borrenbergs in, is de oorzaak zelden met één blik vast te stellen. “Ik kom een badkamer binnen en denk soms: wat is hier eigenlijk aan de hand? Maar dat begint al bij verwachtingen vooraf. In een inloopdouche kan spatwater op het vlakke vloerdeel terechtkomen, ook als het douchegedeelte correct op afschot ligt. Dan gaan we ons afvragen: mag dat? Maar ik vraag me allereerst af; hoe is die douche verkocht, hoe is het ontwerp bedacht en wat is daarover uitgelegd?”
Hetzelfde geldt voor gerectificeerde tegels, oftewel: de strakke tegels met op maat gezaagde hoeken en kanten, die een opdrachtgever vrijwel voegloos wil laten verwerken. “Een tegel blijft een gebakken product en is nooit volledig vlak. Bij heel smalle voegen kun je de randen en kleine oneffenheden zien, zeker bij strijklicht. Kan de tegelzetter daar altijd iets aan doen? Nee.”
Halfproduct
Volgens Borrenbergs moet de tegelzetter daarom eerder en nadrukkelijker aan tafel komen. “Tegelzetters zijn soms onvoldoende assertief. Ze werken voor een aannemer, die weer een opdracht van een opdrachtgever heeft gekregen. Maar in de showroom zijn dan al de tegels verkocht. Tegelwerk is op dat moment eigenlijk nog maar een halfproduct. Daarna zijn de ondergrond en de verwerking bepalend voor het eindresultaat.”
Goede afspraken en uitvoeringsrichtlijnen kunnen conflicten voorkomen. Ook de beoordeling achteraf moet deugen. “Afkeuren is niet zo moeilijk, maar je moet het wel goed kunnen onderbouwen.” Wanneer tegels loskomen, vraagt Borrenbergs: “Welke controles zijn uitgevoerd? Is de vlakheid gemeten, zijn er trekproeven gedaan en wat is de sterkte van de ondergrond? Bij schade moet de bewijslast boven water komen.”
Bij renovaties komt daar de wens naar dunne opbouw bij. Dunne tegels en grootformaatplaten gebruiken minder grondstof en besparen ruimte, maar ‘dun’ is nooit een doel op zichzelf. De hele constructie moet kloppen: ondergrond, vlakheid, stijfheid, hechting, waterdichting en afschot. Tegel over tegel kan, mits het bestaande werk vast, schoon en geschikt is.
Bij XXL-tegels nemen de gevolgen van een fout sterk toe, weet Borrenbergs. “Zit er een kras in een plaat van één bij drie meter, dan moet de hele plaat eruit. Nabestellen kan weken duren en bij een steenstructuur moet het patroon aansluiten. Met transport en een speciale kist erbij ben je voor één plaat zo richting duizend euro kwijt. En dan heeft de bouw vertraging.”

Digitaal naast ambachtelijk
Borrenbergs verwacht desondanks veel van grootformaat keramiek, maar de werkwijze verandert. “Het snijplankje en het volledig handmatig bewerken worden bij XXL-tegels een beetje old school. Ruimten worden digitaal ingemeten, waarna platen in een werkplaats maatvast worden voorbereid, genummerd en eventueel met een waterjet gesneden. Als je met digitale meetapparatuur en AutoCAD kunt werken, maak je van een ruimte een bestand waarmee je zo’n machine aanstuurt. Dat is een ander niveau dan alleen tegels sjouwen en emmertjes specie naar boven brengen.”
Hulpmiddelen kunnen zwaar tilwerk verlichten, maar zijn geen oplossing voor alle klussen. “Midden op bv de Herengracht kun je soms amper met een busje komen. Laat staan met grote machines. Maar toegegeven: het werk verandert wel, vooral in de voorbereiding met het digitaal inmeten en ontwerpen. Hoe dan ook: de tegels moeten wel geplaatst en dat doen nog steeds vakmensen.”

Nauwelijks leerbedrijven
Die mensen moeten komen vanaf de mbo-opleidingen.Eén dag per week geeft Borrenbergs les aan een mbo-opleiding in Helmond. Daar ziet hij dat jongeren het vak wel degelijk aantrekkelijk vinden. Bij de start van dit nieuwe schooljaar telt zijn groep 20 jongens en 1 vrouw. “Ze willen allemaal heel graag tegelzetter worden, dat is eigenlijk het probleem niet. Maar het is een BBL-opleiding, dus ze moeten bij tegelzetbedrijven geplaatst kunnen worden. Van die 21 hadden we er kort na de start pas 6 ondergebracht.”
Dat wringt met de veelgehoorde roep om vakmensen. “Dat er overal handen nodig zijn, lees ik in de krant. In onze praktijk krijg ik deze leerlingen nog niet eens gratis geplaatst.” De reden daarvoor ligt volgens hem in de versnippering van de bedrijfstak. Veel tegelzetters zijn zelfstandigen zonder personeel en willen dat blijven. “De financiële ruimte is er vaak niet. Op grote projecten bepaalt de aannemer de meterprijs, niet de tegelzetter. Dan moet je binnen die prijs ook een leerling meenemen, die in het begin tijd en begeleiding kost.”
Een zelfstandige loopt bovendien het risico dat een leerling na twee jaar voor zichzelf begint. “Dan zegt hij: dankjewel, ik ken het kunstje en ga het vanaf nu zelf doen. Dat is zuur voor het bedrijf dat in hem heeft geïnvesteerd.” Niet iedere leerling heeft dezelfde motivatie, erkent hij. “Maar er zitten absoluut goede jongeren tussen die het snel oppakken.”

Ideale leerprojecten
Seriematige renovaties van corporatiewoningen en studentencomplexen zijn volgens hem ideale leerprojecten. “Het mooiste zou zijn als wij daar zoveel mogelijk jongeren zouden kunnen plaatsen. Alleen komen Nederlandse opleidingsbedrijven vaak niet meer aan de beurt.” Grote volumes worden geregeld uitgevoerd door internationale ploegen, terwijl Nederlandse tegelzetters steeds vaker als eenmanszaak in de particuliere markt werken. “Een zelfstandige kan geen tweehonderd badkamers in een halfjaar aannemen.”
Zo ontstaat een vicieuze cirkel: kleine bedrijven kunnen moeilijk opleiden, grote leerprojecten verdwijnen uit beeld en scholen kunnen instromers niet plaatsen. Sinds 1998 is tegelzetten bovendien een vrij beroep. “Aan een tegelzetter worden helemaal geen opleidingseisen gesteld. Iedereen kan beginnen en dan wordt de prijs al snel maatgevend.”

“Niets boven een tegel”
Toch overheerst bij Borrenbergs de liefde voor het ambacht. “Tegelzetten is een prachtig vak. Je werkt in de afbouw en maakt vaak het paradestukje van een woning. De badkamer is misschien wel het duurste kamertje. Er wordt kritisch naar gekeken, maar er wordt ook veel aandacht aan besteed. Daar ligt de aantrekkingskracht voor de secor: zichtbaar resultaat, technisch denkwerk en digitale vernieuwing. Je kunt iets laten zien. Het rolt onder je handen vandaan. Als je mooi tegelwerk hebt gemaakt en de mensen zijn gelukkig, ben je trots op je eigen werk.”
En de tegel zelf? Ook daarvoor komt Borrenbergs woorden tekort. “Een tegel is sterk, slijtvast en gaat heel lang mee. In de zomer voelt hij koel; met vloerverwarming geeft hij in de winter juist een prettige stralingswarmte. Voor natte ruimten en zwembaden ken ik geen gelijkwaardig alternatief.” Het bakken kost veel energie, erkent hij, maar daar staat een uitzonderlijk lange gebruiksduur tegenover. Kunststof platen, kunstharsvloeren en microcement overtuigen hem niet. “Dat is allemaal minder slijtvast en ook niet herbruikbaar als de tegels echt aan het eind van zijn levensduur is. Mineralen zijn altijd herbruikbaar. Zelfs in de laatste fase kunnen ze nog prima worden toegepast als erfverharding, zonder dat dit vervuiling veroorzaakt. Voor mij is het heel eenvoudig: er gaat niets boven een tegel.”
