Overheidsgebouwen in Den Haag wisselen warmte én koude uit

Artikel delen

Een pilot die leereffecten oplevert voor toekomstige duurzaamheidsprojecten in Den Haag én de rest van Nederland. Dat is de typische ontwikkelende aanpak van Energierijk Den Haag (ERDH). Sinds afgelopen jaar loopt er zo’n pilot op het gebied van warmte- en koudeopslag in de bodem (WKO). Door twee panden aan de Bezuidenhoutseweg onderling warmte en koude te laten uitwisselen, wordt duidelijk hoe zoiets in de praktijk uitpakt, bij wie de verantwoordelijkheden liggen en hoe de kosten verrekend kunnen worden. Tegelijk bespaart het energie, geld en geeft het invulling aan de energietransitie. Drie betrokken experts praten ons bij.

Bezuidenhoutseweg 30 in Den Haag, oftewel gebouw B30. Foto: Corné Bastiaansen

Bezuidenhoutseweg 30 in Den Haag, oftewel gebouw B30. Foto: Corné Bastiaansen

In het Rijksoverheidsgebouw aan de Bezuidenhoutseweg 30 (B30) zouden technische ruimtes met computerservers komen. Het plan was om de warmte van die servers weg te koelen en daarna op te slaan in de bodem. Die warmte zou dan in de winter weer benut worden om via een warmtepomp het pand te verwarmen. Later ging men toch in de cloud werken. De technische ruimtes kwamen niet vol met computerservers te staan, en er werd te weinig warmte in de bodem geladen waardoor er meer stadswarmte moest worden ingekocht.

Bezuidenhoutseweg 20 in Den Haag, oftewel gebouw B20. Foto: Google Streetview

Bezuidenhoutseweg 20 in Den Haag, oftewel gebouw B20. Foto: Google Streetview

Warmtetekort is hetzelfde als koude over, en bij de buren in het pand aan de Bezuidenhoutseweg 20 (B20) kunnen ze die koude goed gebruiken om het gebouw te koelen. Door in het pilotproject deze twee panden via leidingen met elkaar te verbinden, kan B30 in ruil voor overtollige koude, waardevolle warmte terugkrijgen, de WKO-bronnen laden en in de winter duurzaam en goedkoop B30 verwarmen. Zo komen ze samen weer in balans.

Jacco van der Vegte, projectmanager: “We laten eenvoudig gezegd leidingen aanleggen, inclusief regeltechniek en kleppen. Koude gaat heen, warm water terug. Facilicom was in pand B30 al verantwoordelijk voor de exploitatie van de WKO-installatie via een DBFMO-contract*. Dochterbedrijf Breijer is de onderhoudspartner op nummer 20. Daarmee hebben we alle WKO-expertise in deze twee panden in dezelfde hand. Voor de samenwerking en contracten is dat gemakkelijk.”

“Het is geen enorm grootschalig of supercomplex project. Daar gaat het ook niet om. Het is geen pilot óm de pilot. De bedoeling is juist dat anderen kunnen leren van het proces. Dus we hebben de mogelijkheden onderzocht. We hebben vastgesteld dat dit de beste aanpak is, de voorbereidende berekeningen en onderzoeken zijn afgerond, en komende maanden wordt het project uitgevoerd. Zodra dat technisch voltooid is, gaan we het systeem gebruiken. En dan wordt het pas echt interessant, want dan gaan we meten. Wat gaat er door de leiding en hoe gaan we dat verrekenen? We willen zien wat er gebeurt en waar we tegenaan lopen. Door het zo aan te pakken, kunnen we een waardevol voorbeeld zijn voor andere panden. Voor ERDH, bijvoorbeeld. In Den Haag, maar net zo goed daarbuiten.”

Leren van elkaar

Rik Altena is als extern adviseur van DWA bij het project betrokken en bevestigt deze werkwijze, die hij omschrijft als ‘een repeteerbare innovatieve oplossing’. “De kennis die voortkomt uit deze pilot willen we graag delen met andere organisaties, overheden en adviesbureaus.  We oefenen hiermee in het klein om het proces straks op grotere schaal te kunnen herhalen. Doorstempelen, als het ware. We leren van elkaar. Ook de leergang Gebiedsgericht samenwerken in de energietransitie past bij die gedachte. Het gaat om het grotere geheel.”

Trias Territoria

“Deze pilot volgt uit de Trias Territoria die we bij ERDH hanteren”, legt Altena uit. “Dat driestappenplan start met verduurzamen en vraagreductie op gebouwniveau, daarna het gebruik en delen van duurzame bronnen op wijkniveau en zo nodig het aanvullen van een tekort vanuit gebiedsniveau. De Trias Territoria verlaagt zo de vraag naar energie en vergroot tegelijk mogelijkheid om te verwarmen op een lagere temperatuur. Dat verhoogt het rendement van duurzame opwek. Behalve dat hij een mooi leereffect oplevert, leren we door deze pilot straks ook van de businesscase. In het ene pand hoeven we minder koude op te wekken, in het andere hoeven we veel minder warmte in te kopen. En dat kan met een rendabele investering.”

Leereffecten

John Tsoutsanis: “De leereffecten van dit project zie ik niet alleen op technisch vlak, maar zeker ook op het gebied van processen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.”

John Tsoutsanis: “De leereffecten van dit project zie ik niet alleen op technisch vlak, maar zeker ook op het gebied van processen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.”

John Tsoutsanis werkt bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) op de afdeling Technische Expertise van Vastgoedbeheer. Hij leidt het WKO-bureau, dat gaat over alle WKO-installaties van het Rijk en Defensie. ERDH werkt aan WKO-netten, verbindingen tussen panden met een WKO-installatie. Vanwege zijn WKO-expertise is Tsoutsanis bij ERDH aangehaakt, onder andere bij dit project. Afgelopen zomer voerde het WKO-bureau een WKO-scan uit voor B30. “Dat leverde een huidige stand van zaken en een aantal adviezen op, die we meenemen in deze pilot. De leereffecten van dit project zie ik niet alleen op technisch vlak, maar zeker ook op het gebied van processen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het contract is daarom een belangrijk onderdeel. Daarin staan onder andere afspraken over het tarief voor de warmte-en koudelevering, de retourtemperaturen en de minimale afname. Daar gaan we straks op kleine schaal van proberen te leren. De kwaliteit van de retourtemperaturen is uitermate belangrijk: hoe hoger, hoe beter.”

Contract en financiën

Altena: “Juristen buigen zich nu over de juiste manier om alles contractueel vast te leggen. Naast het vernieuwde contract met Facilicom geven we antwoord op vragen zoals: hoe zorg je dat het jaarlijks warmtetekort volledig wordt aangevuld en hoe ga je om met afwijkende weersomstandigheden. Welke monitoring is nodig om alle data te verzamelen die we nodig hebben? Hoe borg je de exploitatie en het onderhoud? De samenwerking met Facilicom is in het proces essentieel. Zij hebben het haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar optimalisatie van de bronbalans met de koppeling van B30 aan B20 als meest kostenefficiënte en meest duurzame oplossing. Ook voor Facilicom is dit proces waardevol: zij kunnen deze kennis ook in toekomstige werkzaamheden toepassen en worden een steeds geoefender DBFMO-partner. Als er straks een contract ligt, kunnen we dat evalueren en verder optimaliseren voor volgende projecten.”

Bovendien valt er financieel veel te leren, bevestigt Tsoutsanis: “De zakelijke uitwerking is interessant. In de pilot werkt het deels vestzak-broekzak en gaat het maar om relatief kleine bedragen. Maar het is wel heel belangrijk dat te doen, om ervan te leren voor wanneer we dit traject doorlopen met andere WKO-netten, op grotere schaal. Het komende jaar wordt ook in dat opzicht enorm waardevol.”

Wethouder Liesbeth van Tongeren en adviseur Rik Altena (DWA) van EnergieRijk Den Haag op het dak van B20 bij start van de koppeling tussen beide gebouwen. Foto: Gemeente Den Haag / Henriette Guest.

Wethouder Liesbeth van Tongeren en adviseur Rik Altena (DWA) van EnergieRijk Den Haag op het dak van B20 bij start van de koppeling tussen beide gebouwen. Foto: Gemeente Den Haag / Henriette Guest.

Duurzaam hoger doel

Het koppelen van WKO-installaties biedt kansen: hoe meer panden je aansluit, hoe makkelijker je invulling kunt geven aan de behoeften in de diverse panden. Doordat het stadswarmtegebruik van de gebouwen afneemt, komt er meer hoogtemperatuur stadwarmte beschikbaar voor woningen, want juist bij bestaande woningen ligt een grote uitdaging in de energietransitie. Tsoutsanis: “Een van de belangrijke doelstellingen van ERDH is stadsverwarming vrij te spelen voor woningen. Daar draagt dit project zeker aan bij.” Altena: “Het Rijk heeft nu eenmaal een veel langere tijdshorizon voor investeringen dan een bewoner van een particuliere woning.”

Schematische afbeelding van de koppeling tussen warmtenet en wko. De stippellijn is de koppeling.

Schematische afbeelding van de koppeling tussen warmtenet en wko. De stippellijn is de koppeling.

Jacco van der Vegte, projectmanager: “We laten eenvoudig gezegd leidingen aanleggen, inclusief regeltechniek en kleppen. Koude gaat heen, warm water terug.”

Jacco van der Vegte, projectmanager: “We laten eenvoudig gezegd leidingen aanleggen, inclusief regeltechniek en kleppen. Koude gaat heen, warm water terug.”

Van der Vegte doet in relatie tot investeren een mooie oproep tot besluit. “In 2050 moeten we de klimaatdoelstellingen hebben gehaald. In 2030 willen we halverwege zijn. Dat is over 8 jaar al! Bij grote projecten moeten we nú de juiste, duurzame keuzes gaan maken, willen onze keuzes in 2030 effect hebben. Kiezen we toch voor oude manieren, dan gaan we het niet halen. Laten we ons dus steeds afvragen: wat is de maximale duurzaamheid die ik kan krijgen voor mijn budget? Als individuen hebben we daar een niet te onderschatten rol in.  We moeten duurzaamheid veel meer als de standaardoplossing gaan zien. Want als de mindset niet verandert, blijf je achter de feiten aanlopen.”

De WKO-aanpak (warmte- en koude opslag in de bodem) van ERDH:

  • verkleint de claim op hoogtemperatuur stadswarmte;
  • stelt WKO-warmte en -koude beschikbaar voor gebouwen zonder WKO;
  • verbetert de bronbalans van WKO’s;
  • verhoogt effectiviteit van WKO’s;
  • verlaagt straks de CO2-uitstoot van gebouwen;
  • maakt stadswarmte vrij voor nieuwe afnemers en woningen;
  • deelt mogelijke TED**- en TEO**-bronnen via het WKO-net.

(**Thermische Energie uit Drink- en Oppervlaktewater)