Nieuwe installaties voor gerenoveerde 1920-vleugel Centraal Museum

Artikel delen

Bijna alle installaties in het monumentale deel van het Centraal Museum in Utrecht zijn vervangen. Dat was nodig om het gebouw weer up-to-date te maken en energie te besparen. Daarnaast werden ook bouwkundige ingrepen gedaan en waar mogelijk isolatie geplaatst. De belangrijkste uitdaging was om alle installaties in het pand te krijgen en ze zo te plaatsen dat geen bezoeker ze ziet.

Auteur: Joop van Vlerken. Foto’s: Arjen Veldt Photography / Lucas van Haastert

Bijna alle installaties in het monumentale deel van het Centraal Museum in Utrecht zijn vervangen. Dat was nodig om het gebouw weer up-to-date te maken en energie te besparen. Foto: Lucas van Haastert.

Bijna alle installaties in het monumentale deel van het Centraal Museum in Utrecht zijn vervangen. Dat was nodig om het gebouw weer up-to-date te maken en energie te besparen. Foto: Lucas van Haastert.

“Zo’n beetje alles is monumentaal aan dit pand. Het is dan ook een Rijksmonument.” Het vervangen van de installaties van de 1920-vleugel van het Centraal Museum in Utrecht was dan ook niet eenvoudig, licht projectleider Michel Bouwman van Roodenburg Installatie Bedrijf toe. “Er is echt vakwerk geleverd door de monteurs. Dat begon er al mee dat we de luchtbehandelingskasten in onderdelen naar binnen hebben gebracht en dat die in de beperkte ruimte in elkaar zijn gezet.” Maar eerst moest alles eruit, licht hij toe. “We hebben alles in de techniekruimte in de kelder van het gebouw eruit gesloopt tot de afsluiters. Slechts één filterkast is gehandhaafd. Daarna zijn we alles weer op gaan bouwen. We hebben het gebouw als het ware een nieuwe motor gegeven.”

Drietrapsraket

De 1920-vleugel van het Centraal Museum aan de Agnietenstraat in Utrecht was aan groot onderhoud toe, bevestigt Lucas van Haastert, projectleider van Burgy Bouwbedrijf. “We hebben onder meer het leien dak aan de straatkant vervangen. Daarnaast bestond het groot onderhoud onder andere uit het houtrotherstel aan de eiken kozijnen en ramen, schilderwerk, metselwerkherstel en diverse reparaties aan de glas-in-loodramen. Verder hebben we het dak van de binnenkant geïsoleerd.” Naast dit groot onderhoud was het vervangen van de installaties nodig om het energieverbruik te verminderen. Dat bleek uit onderzoek van DWA, vertelt Bouwman. “In overleg met DWA heeft Roodenburg een drietrapsraket ontworpen. Er wordt 3.000 m3 verse lucht aangezogen door de luchtbehandelingskast (1(superscript)e trap) op de zolder. Deze lucht moet bovendien worden ontvochtigd en via kanalen naar de luchtbehandelingskast worden gebracht in de kelder (2(superscript)e trap). Daar wordt nog eens 12.000 m3 aan menglucht uit het museum toegevoegd. En vanuit de kelder wordt het klimaat per verdieping nabehandeld door een luchtbehandelingskastje per verdieping (3(superscript)e trap). Zo kan per verdieping voor iedere collectie de juiste temperatuur en het vochtgehalte gerealiseerd worden.”

Warmtepomp

groot onderhoud

Het groot onderhoud bestond onder andere uit het houtrotherstel aan de eiken kozijnen en ramen, schilderwerk, metselwerkherstel en diverse reparaties aan de glas-in-loodramen. Foto’s: Arjen Veldt Photography.

In de kelder is tevens een warmtepomp voor de klimatisering geplaatst. Bouwman: “In de kelder waren twee toiletten. Eén daarvan is opgeofferd om de warmtepomp te plaatsen. Deze warmtepomp zorgt voor de primaire luchtbehandeling en heeft een koelvermogen van 40,6 kW en een verwarmingsvermogen van 58,6 kW. Het is eigenlijk een vrij kleine unit, anders had ie ook niet in de toiletruimte gepast.” In het gebouw hangen overal radiatoren die zorgen voor de verwarming, vertelt Bouwman. “Het gebouw is aangesloten op stadsverwarming en wordt daarnaast geklimatiseerd met luchtbehandeling. Het is dus eigenlijk een hybride opstelling.”

Kanalen en roosters gehandhaafd

De luchtbehandeling van de 1920-vleugel en de naastgelegen horeca is helemaal vernieuwd, zegt Bouwman. “De luchtbehandelingskasten voor de begane grond, eerste verdieping en de naastgelegen horeca hebben we vervangen. Daarnaast hebben we de luchtbehandeling van de tweede verdieping, die eerste decentraal geregeld werd, aangesloten op het centrale systeem. Er is gebruikgemaakt van bestaande kanalen en roosters. In een schacht die van onder naar boven door het pand naar de tweede verdieping loopt, hebben we de kanalen vervangen.” Op de begane grond en de eerste verdieping zijn de kanalen aangesloten op de bestaande vloerroosters, legt Van Haastert uit. “Omdat je werkt in een monumentaal pand is er in het ontwerp voor gekozen om dit systeem te handhaven. Als je in een niet-monumentaal pand werkt, zou je bijvoorbeeld met luchtzakken werken. Maar dat past hier esthetisch echt niet.”

centraal museum

Nieuwe techniekruimte

De decentrale installaties die de tweede verdieping van verse lucht voorzagen, zijn allemaal verwijderd, legt Bouwman uit. “De installaties voor de tweede verdieping zaten in twee puntdakjes, helemaal op de zolder van het museum. Die installaties zijn verwijderd, waarna de twee puntdaken verbonden zijn tot één ruimte. Dat is nu de techniekruimte op zolder die verbonden is met de installaties onderin de kelder.” Op het dakje tussen de twee puntdaken op zolder zijn 28 zonnepanelen gelegd. Bouwman: “Die liggen volledig uit het zicht. Dat was eigenlijk een vereiste voor alle installaties in dit gebouw, de installaties mogen de omgeving niet aantasten. Dan moet je op zoek naar andere oplossingen, want luchtbehandeling op het dak kan bijvoorbeeld niet. Dat weet je voor je eraan begint en ook dat je dus op zoek moet naar andere oplossingen.” Daarom zijn twee luchtbehandelingskasten op de nieuwe zolderverdieping geplaatst, vertelt Van Haastert. “De luchtbehandelingskasten zijn in een verdiepte stalen constructie geplaatst, anders hadden ze niet onder het dak gepast.”

binnenkant isolatie

Daarnaast is het dak van de binnenkant geïsoleerd. Foto: Arjen Veldt Photography.

Bescherming van de collectie

De opdrachtgever wilde zo weinig mogelijk waterdragende leidingen in het gebouw, legt Bouwman uit. “De opdrachtgever wilde alle watervoerende leidingen zoveel mogelijk in de kelder. De luchtbehandelingskasten hebben we in waterbestendige bakken geplaatst. Dit is gedaan om eventuele beschadigingen van de collectie bij lekkage zoveel mogelijk te voorkomen. Voor de luchtbehandeling op zolder is het leidingwerk zo gemaakt dat de watertoevoer direct stopgezet wordt als er een lek is.” Het museum heeft behoefte aan separate klimatisering bepaald, vertelt Bouwman. “Voor sommige delen van de collectie wil je een andere temperatuur of luchtvochtigheid dan voor een ander deel. Met deze installatie is dat mogelijk. Daar zitten wel marges aan. Je kunt niet de ene ruimte op een temperatuur van 5 graden hebben en een andere ruimte op 25 graden, maar binnen twee a drie graden zijn er wel mogelijkheden tot variatie.”

Software

De software voor de klimaatregeling is deels geüpdatet, licht Bouwman toe. “Voor alle nieuwe componenten werken we nu met Priva Blue ID en een gedeelte van de oude componenten hebben we ook omgezet naar deze nieuwe software. Die kan ook samenwerken met Priva HX, wat voor een deel van de componenten gehandhaafd is. Maar deze moet op termijn wel vervangen worden.”

dakje

Op het dakje tussen de twee puntdaken op zolder zijn 28 zonnepanelen gelegd, die volledig uit het zicht liggen. Dat was een vereiste voor alle installaties in dit gebouw, de installaties mogen de omgeving niet aantasten. Foto: Arjen Veldt Photography.

Uitdaging

De grootste uitdaging in dit project zat in het passend maken van alles installaties vertelt Bouwman. “Het passend krijgen van alle apparatuur en ook zodat het nog toegankelijk is voor onderhoud; dat was wel even puzzelen. Het betekende ook dat we de nieuwe luchtbehandelingskasten in onderdelen naar binnen hebben moeten brengen via het transportluik in de kelder. Hierdoor moesten we gefaseerd werken en alles ter plekke in elkaar zetten. Daarna zijn de leidingen door onze monteurs weer aangesloten.” Hoewel isolatie van een dergelijk pand altijd lastig is, heeft Burgy het dak van binnen geïsoleerd en kijkt men nog naar de mogelijkheid om achterzetramen te plaatsen. Van Haastert: “Het gebouw heeft nogal wat ramen. In een van de kozijnen hebben we nu een isolerend achterzetraam geplaatst. We gaan monitoren en meten wat dat doet met het binnenklimaat en luchtvochtigheid en dan kan de opdrachtgever in een later stadium bepalen om dit verder uit te rollen in het gehele gebouw.” Een goede en flexibele samenwerking met de opdrachtgever, de Gemeente Utrecht, heeft bijgedragen aan dit mooie resultaat.